01-05-06

Trouw op post.

Wanneer ik ’s ochtends de metro uitstap en de hoek omdraai, ligt hij op enkele lagen karton te doezelen. Met een handbeweging trekt hij de deken over zich heen die van hem afgegleden is. Hij gaat weer liggen op zijn rug. Opent de ogen en kijkt naar de forenzers die zich naar hun werk haasten. Hij ziet de wereld vanuit kikvorsperspectief. Een van de vele daklozen die Brussel rijk is.

 

Een van hen heb ik iets beter gekend. Een oude man van 65-70 jaar die post gevat had op het bordes van mijn werk, er steevast zijn sigaretje rolde en eerste Aldi-pint dronk. Hij vertelde me dat hij uit een voorname familie uit Charleroi kwam en dat zijn vader een directeursfunctie had in de opera. Op een bepaald ogenblik was er zware onenigheid ontstaan tussen vader en zoon met een definitieve breuk tot gevolg. Van toen af aan begon zijn zwerversbestaan. Van de opera had hij nooit afscheid genomen, al ging zijn liefde nu meer uit naar jazz. Regelmatig vertelde hij me dat hij de voorbije avond en nacht piano gespeeld had in een café in de bovenstad. Waarop ik automatisch naar zijn grote en groezelige handen keek met dikke vingers. Niet echt de slanke, fijnen handen die je de toetsen ziet raken. En toch geloofde ik hem. ’t Winters was hij trouw op post, ’t zomers trok hij regelmatig naar de zee, naar Bredene. Hij kon er gratis heen met de trein en genoot er van het mooiste wat er op aarde bestond: naakte vrouwen. Op een dag zat hij niet op zijn vertrouwde plaats, de volgende dag evenmin. Ik heb hem nooit teruggezien. Heeft hij in Bredene “une heureuse rencontre” gedaan en iemand gevonden die hem liefde en onderdak biedt? Een mooi naar naïeve gedachten. Heeft hij zich verzoend met zijn familie en woont hij terug in Charleroi? Is hij overleden? Wie zal het zeggen. Verdwenen met de noorderzon.   

 

Sommige bedelaars trekken meer de aandacht dan andere. Ik sta steeds weer versteld van de concentratie van een jongeman op de Anspachlaan. Als versteend zit hij op zijn knieën met de blik naar het kartonnen bordje op de grond gericht. Op het bord staat simpelweg “J’ai faim”. Geen beweging die hij maakt, geen spier die hij verrekt, geen emotie die hij verraadt. En dit minutenlang.

 

Zigeuners zijn tactieler. Ze steken meestal een bedelende hand uit of grijpen je bij de arm, trekken een droevig gezicht en zeggen met een klagerige stem: “s’il vous plaît, madame, s’il vous plaît, madame” waarbij ze je aankijken met smekende ogen. Althans, zo hoort het. Tot één van hen uit zijn rol valt, zijn bedelopdracht vergeet en dolle pret beleeft met een andere zigeuner die even verderop staat. Een tijdje geleden zag ik een jonge bedelende zigeunerin met een betoverende glimlach naar haar jonge, slapende kindje kijken. Madonna met kind. In het bekertje voor haar lag nauwelijks geld. Gelukkige taferelen worden niet beloond.

 

Dat er zelfs in deze wereld harde concurrentie is, stelde ik vast toen twee meisjes met hoofddoek weggejaagd werden door een dronken man, omdat dit zijn bedelplaats was.

 

21:17 Gepost door lila | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.